
FAQ
Algemeen
1. Moet ik bij een externe dienst aansluiten als ik zelf reeds een preventiedeskundige in dienst heb?
In principe moet men aangesloten zijn bij een externe dienst van zodra men 1 personeelslid in dienst heeft. Men moet bij een externe dienst aansluiten voor alle risico's die zich kunnen voordoen en waarvoor geen interne deskundige beschikbaar is. Als bijvoorbeeld het bedrijf geen psycholoog heeft voor de psychosociale belasting dan moet hij een externe dienst inschakelen. Voor de meeste bedrijven betekent dit dat ze moeten aansluiten bij een externe dienst al was het maar omdat ze geen interne medische dienst hebben.
2. Wat zijn de wettelijke verplichtingen van de externe dienst?
Externe diensten zijn wettelijk verplichte partners van elke onderneming (met uitzondering van de ondernemingen die zelf een interne medische dienst hebben). De externe dienst bestaat uit 2 afdelingen: een afdeling medisch toezicht en een afdeling risicobeheersing. De afdeling medisch toezicht heeft de opdracht de onderneming op gebied van preventief gezondheidstoezicht bij te staan. De afdeling risicobeheersing heeft de opdracht de onderneming te ondersteunen bij haar veiligheidsbeleid, haar beleid inzake ergonomie, haar beleid inzake arbeidshygiëne en haar beleid inzake de psychosociale aspecten van de arbeid. De externe dienst heeft bij de C- en de D bedrijven als taak volgende wettelijke opdrachten uit te voeren:
- De werkgever, de leden van de hiërarchische lijn en de werknemers bijstaan in de uitwerking, de programmatie, uitvoering en evaluatie van het beleid bepaald door het dynamisch risicobeheersings- systeem bedoeld in het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
- Onderzoeken verrichten op de arbeidsplaats na een arbeidsongeval op de arbeidsplaats met 4 of meer dagen werkongeschiktheid.
- Meewerken aan de identificatie van de gevaren.
- Advies verlenen bij de resultaten die voortvloeien uit het vaststellen en nader bepalen van de risico's en maatregelen voorstellen teneinde over een permanente risico-analyse te beschikken.
- Advies verlenen en voorstellen formuleren bij de opstelling, uitvoering en bijsturing van het globaal preventieplan en het jaaractieplan.
-
Het optreden als preventieadviseur psychosociale belasting in het wettelijk kader. Bij de andere bedrijven (A, B, C+) zijn de opdrachten optioneel (met uitzondering van de afdeling medische gezondheidsbeoordeling).
3. Mag een externe dienst aanrekenen wat ze wil?
Nee, want de wetgever legt minimum tarieven op. Ter informatie vindt u in onderstaande kader de geldende tarieven van 2013. Periodieke gezondheidsbeoordeling (PGB).
- Per werknemer met verplicht jaarlijks PGB. €120,60 per jaar
- Per werknemer die een driejaarlijks verplicht PGB moet ondergaan. €40,20 per jaar
- Per werknemer die een vijfjaarlijks verplicht PGB moet ondergaan. €24,12 per jaar
- Per werknemer zonder verplicht PGB. €17,22 per jaar
-
De minimum bijdrage per bedrijf zonder PGB
- voor ondernemingen van 1 tot 9 werknemers; €103,37 per jaar
- voor ondernemingen van 10 en meer werknemers. €206,75 per jaar
De verplichte forfaitaire medische bijdrage is vrijgesteld van BTW en dekt gedurende een jaar alle beheersen administratieve kosten, de kosten van de minimumprestaties die door de preventieadviseurs van de externe dienst moeten worden geleverd, evenwel met uitzondering van de verplaatsingskosten en de kosten van analyses, radiologische onderzoeken, functionele en andere gerichte tests die worden uitgevoerd in het kader van de periodieke gezondheidsbeoordeling (deze laatste worden vastgelegd conform de geldende R.I.Z.I.V.-tarieven).
4. Mag ik zomaar van externe dienst veranderen?
Nee, er zijn wettelijke voorwaarden aan verbonden. Het contract kan beëindigd worden door middel van opzegging door één van de partijen, met naleving van een opzeggingstermijn van ten minste zes maanden die aanvangt op de eerste dag van de maand die volgt op deze waarin de opzegging werd gegeven en die eindigt op 31 december van, al naargelang het geval, het lopende of het volgende kalenderjaar (art. 1 § 3 - KB 19 mei 2009). Bij keuze of verandering van dienst wordt steeds het advies van het comité voor preventie en bescherming op het werk ingewonnen. De uiteindelijke beslissing ligt bij de werkgever.
5. Wanneer moet een bedrijf een interne dienst voor preventie en bescherming op het Werk (IDPBW) oprichten?
Elke werkgever is verplicht een IDPBW op te richten.
6. Wie kan de functie van interne preventieadviseur uitoefenen?
Afhankelijk van de grootte en de risico's van een bedrijf kan elke werknemer mits specifieke opleiding aangeduid worden als preventieadviseur. De preventieadviseurs vervullen hun opdracht in volledige onafhankelijkheid ten overstaan van de werkgevers en de werknemers. Hun statuut zou hen in de mogelijkheid moeten stellen om aan elke partij objectieve informatie te geven. De werkgever stelt de preventieadviseurs aan. Ook de werkgever kan de functie van preventieadviseur op zich nemen voor bedrijven met minder dan 20 werknemers. Indien er in het bedrijf een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk aanwezig is, gebeurt de aanstelling van de interne preventieadviseur na voorafgaand akkoord van het Comité.
7. Mag een interne preventieadviseur een onafhankelijke externe expert zijn, of moet hij op mijn loonlijst staan als werknemer?
Hij moet op de loonlijst staan als werknemer. Enkel voor bedrijven met minder dan 20 werknemers mag de werkgever de functie van preventieadviseur op zich nemen.
8. Wanneer heb ik een interne preventieadviseur nodig?
Iedere onderneming heeft een interne preventieadviseur nodig: deze moet een bepaalde opleiding (niveau 1 - 2 - basiskennis) hebben als uw bedrijf in uw sector een bepaald aantal werknemers tewerkstelt.
9. Kan een externe dienst onze interne preventieadviseur bijstaan op regelmatige basis?
Ja, door een overeenkomst te sluiten met de externe dienst om voor bepaalde activiteiten deskundigen te laten langskomen. Deze deskundige kan echter niet de activiteit van de interne preventieadviseur op zich nemen daar dit iemand moet zijn die op de loonlijst staat.
10. Hoe maak je een risico-analyse?
Er zijn 5 niveaus waarop een risico-analyse noodzakelijk is: op bedrijfsniveau, per afdeling, per werkpost, per taak en per individu. Er zijn verschillende technieken om een risico-analyse uit te voeren. De methode van Kinney wordt het meest gebruikt. De identificatie van het risico Door observatie wordt er gekeken naar de manier van werken, de werkomstandigheden, de gebruikte producten,... Daarna gaat men aan de hand van een document een opsomming maken van alle mogelijke risico's. De risico-evaluatie De verschillende risico's worden gewogen naar ernst, de waarschijnlijkheid en de blootstelling of de frequentie van het risico. Via deze codering komt men tot een verzameling van prioritaire risico's De beheersingsmaatregelen Men dient een aantal stappen te doorlopen om de meest prioritaire risico's tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen:
- Het risico uitschakelen.
- Door bv. bepaalde producten te vervangen door niet schadelijke producten.
-
Vervanging van het risico.
Door bv. bepaalde producten te vervangen door minder gevaarlijke producten. - Gebruik van Collectieve Beschermingsmiddelen. Door middel van algemene preventiemaatregelen. Zoals een leuning plaatsen rond een plat dak, een afzuigsysteem in lokalen met solventgebruik.
-
Gebruik van Persoonlijke Beschermingsmiddelen.
Ieder individu persoonlijk beschermen door bv. een veiligheidsharnas of maskers voor de mond. -
Instructies en opleiding.
Instructies en opleiding geven over de risico's en gevaren. Hierbij is een zekere herhaling wel noodzakelijk.
11. Wat is een globaal preventieplan en wie stelt het op?
Alle bedrijven moeten een Globaal Preventieplan opstellen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de werkgever. Het is een essentieel onderdeel van het voorkomingsbeleid in elke onderneming. Dit plan bevat volgende onderdelen:
- de resultaten van de identificatie van de gevaren en het vaststellen, nader bepalen en evalueren van de risico's;
- de preventiemaatregelen;
- de te bereiken doelstellingen voor een periode van vijf jaar;
- de activiteiten en de taken die moeten worden verricht om deze opdrachten uit te voeren;
- de organisatorische, materiële en financiële middelen die moeten worden aangewend
- de opdrachten, verplichtingen en middelen van de betrokken personen;
- de wijze van aanpassing aan verandering van omstandigheden;
- de criteria voor de evaluatie van het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
Het Globaal Preventieplan wordt regelmatig geëvalueerd en bijgestuurd, rekening houdend met adviezen van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk, ongevallen die zich voordoen, wijziging van omstandigheden. Rekening houdend met deze evaluatie stelt de werkgever ten minste éénmaal om de vijf jaar een nieuw Globaal Preventieplan op. Bij C- en D bedrijven dient dit Globaal Preventieplan jaarlijks voorgelegd te worden aan de externe dienst.
12. Zijn de opmerkingen van de bedrijfsbezoeker bindend?
Nee, de werkgever is niet gebonden aan het advies. Indien door het niet volgen van het advies bij de werkgever er een zwaar ongeval zou gebeuren, zal er een onderzoek komen van de Administratie naar de oorzaken van het ongeval. Het rapport van de bedrijfsbezoeker met de opmerkingen over het risicobeheer kan een nadelig element vormen voor de werkgever.
13. Zijn de opmerkingen van Toezicht op het Welzijn op het Werk (voorheen de arbeidsinspectie) bindend?
Ja, want Toezicht op het Welzijn op het Werk heeft politionele bevoegdheden.
14. Zijn de adviezen van de preventieadviseur juridisch afdwingbaar?
Nee, de preventieadviseur heeft een adviserende rol. De werkgever hoeft dus niet met alles akkoord te gaan. Indien beide partijen zich niet kunnen verzoenen met de situatie kunnen ze steeds een procedure aangaan bij de Administratie om eensluidend advies te bekomen.
15. Moet ieder bedrijf, hoe klein ook, jaarlijks bezocht worden door de externe dienst?
Periodieke bedrijfsbezoeken zijn verbonden aan onderworpenheid van de werknemers aan het gezondheidstoezicht:
- jaarlijks: bedrijf met werknemers blootgesteld aan chemische, fysische of biologische agentia;
- om de 2 jaar: bedrijf met werknemers met veiligheidsfunctie of met werknemers blootgesteld aan fysische, mentale of psychologische belasting door preventieadviseur;
-
om de 3 jaar: bedrijf met werknemers die niet in aanmerking komen voor gezondheidstoezicht.
16. Moet ik het verslag van een comité preventie en bescherming op het werk naar de arbeidsgeneesheer of externe dienst sturen, ook als hij niet aanwezig was?
Ja, zo blijft de arbeidsgeneesheer op de hoogte van de activiteit rond preventie binnen het bedrijf en kan hij indien nodig erop inspelen.
17. Wat is de procedure indien een arbeidsgeneesheer niet akkoord gaat met de risico-analyse van de interne preventieadviseur?
In het geval van blijvende onenigheid kan men steeds de tussenkomst vragen van de geneesheer-inspecteur van de Arbeidsinspectie.
18. Hoe wordt de tijd berekend, die een interne preventieadviseur minstens aan preventie en bescherming op het werk moet besteden?
De werkgever bepaalt, na voorafgaand akkoord van het comité, de minimumduur van de prestaties van de preventieadviseurs dermate dat de aan de interne dienst toegewezen opdrachten te allen tijde volledig en doeltreffend worden vervuld. Op verzoek van elke belanghebbende partij kan de minimumduur van de prestaties worden gewijzigd, volgens dezelfde procedure. 'Duur van de prestaties' moet worden begrepen als de tijd die minimaal moet besteed worden om de opdrachten en activiteiten toegekend aan de preventieadviseurs te kunnen vervullen.
19. Hoe ga ik om met het ingeroepen productgeheim van mijn leveranciers?
Wettelijk gezien is alle info op de MSDS (Material Safety Data Sheets) voldoende om als arts te weten welke onderzoeken hij moet doen om een gezondheidsbeoordeling uit te voeren. De producent moet nooit het productiegeheim 100% vrijgeven, maar moet wel een indicatie geven van de verhoudingen van de individuele stoffen die hij in zijn product verwerkt.
20. Is de externe dienst voor preventie en bescherming verantwoordelijk voor veiligheid en gezondheid in mijn bedrijf?
Neen, want de EDPW is een adviserende instantie. De werkgever is en blijft de eindverantwoordelijke.
21. Hoe lang moet een bedrijf de risicopostenlijsten bewaren?
De werkgever bewaart deze lijsten gedurende ten minste vijf jaar vanaf de datum waarop deze lijsten werden opgesteld en zij mogen zowel op papier als op elektronische gegevensdrager worden bewaard.
22. Kan de werkgever interne preventieadviseur zijn?
Slechts in ondernemingen met minder dan 20 werknemers mag deze rol door de werkgever zelf worden vervuld (art.33§13e, welzijnswet).
23. Moet een interne preventieadviseur een bepaalde opleiding hebben?
Elk bedrijf heeft een interne preventieadviseur nodig die, afhankelijk van het bedrijf, een gespecialiseerde vorming genoten heeft: een niveau basisveiligheid (basiskennis), een opleiding preventieadviseur niveau I of niveau II. Voor A bedrijven is het hoofd van de interne dienst steeds een niveau I en de andere preventieadviseurs zijn niveau II of niveau basisveiligheid. Bij B bedrijven is het hoofd niveau II en hebben de andere preventieadviseurs een basiskennis. Bij groep C en D bedrijven hebben alle preventieadviseurs een basiskennis. Het is ook bij deze laatste groep dat de externe dienst voor preventie en bescherming een welbepaalde omschreven takenpakket heeft.
24. Hoe deelt men ondernemingen in voor de bepalingen van de opdrachten van de externe en interne dienst en het opleidingsniveau van de preventieadviseur?
De werkgevers worden ingedeeld in vier groepen:
- De groep A omvat alle werkgevers die meer dan 1000 werknemers tewerkstellen. Rekening houdend met de aard van het risico verbonden aan de activiteiten, wordt het aantal werknemers verminderd tot respectievelijk 500, 200 en 50.
- De groep B omvat alle werkgevers die tussen de 200 en 1000 werknemers tewerkstellen. Als er een verhoogd risico is in de onderneming, wordt het aantal werknemers bepaald op respectievelijk 100 tot 200,50 tot 200 en 20 tot 50.
- De groep C omvat de werkgevers die minder dan 200 werknemers tewerkstellen en die niet zijn opgenomen in groep A en B.
- De Groep D omvat de werkgevers die minder dan 20 werknemers tewerkstellen en waar de werkgever zelf de functie van preventieadviseur vervult.
De indeling van de werkgevers in de verschillende groepen is gebaseerd op twee verschillende criteria, namelijk aard van de risico's en de NACE-code. Meer informatie hieromtrent vindt u in de wet welzijn op het werk.
25. Moet ieder bedrijf een medewerker met een EHBO-opleiding hebben?
Werkgevers moeten de nodige maatregelen treffen om werknemers die het slachtoffer zijn van een ongeval of die onwel geworden zijn, zo spoedig mogelijk eerste hulp te verlenen. Zij moeten daarbij rekening houden met de nieuwe regels die in het genoemde KB staan.
In het Belgisch Staatsblad van 28 december 2010 verscheen het KB van 15 december 2010 met betrekking tot de organisatie van de eerste hulp in de ondernemingen. Deze wetgeving is van kracht sedert 1 januari 2011.
In de ondernemingen moet de werkgever (na advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en het CPBW) een voldoende aantal hulpverleners voorzien. Dit in verhouding tot het aantal werknemers, de kenmerken van de activiteiten van de werkgever en de resultaten van de risicoanalye, zodanig dat de eerste hulp kan verleend worden gedurende de ganse arbeidsduur.
Ook op bouwwerven dient de werkgever er voor te zorgen dat er op elk moment een hulpvelrener aanwezig is (KB van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen).
De hulpverleners moeten via vorming en bijscholing (jaarlijks minimum 4 lesuren) de nodige kennis en vaardigheden verwerven om de levensbedreigende medische toestand van personen te herkennen en om daarbij de principes van de eerste hulp toe te passen in afwachting van de nooddiensten.
Meer informatie over het aantal hulpverleners kan u vinden op de indicatieve lijst via volgende link
http://www.adhesia-mailer.be/minkmailer/bestemmingspagina.php?idm=244#371.
26. Moeten alle opleidingscentra wettelijk erkend zijn?
Nee, enkel de opleidingen waarvoor de wetgever de inhoud en de erkenning van de opleidingsverstrekker heeft bepaald. De opleidingen worden geattesteerd door een wettelijk document zoals bv. bij opleiding EHBO, veiligheidsdeskundige niveau I en II,...
27. Moeten opleidingen extern gebeuren?
De wetgever stelt dat opleidingen moeten gebeuren door een bevoegd persoon. Sommige opleidingen moeten gegeven worden door erkende opleidingscentra. Voor de opleidingen die door iedereen gegeven mogen worden kan de werkgever intern iemand opleiden om de opleiding te geven (bv. voor heftruckchauffeur), of kan hij beroep doen op een externe opleidingscentrum.
28. Wat houdt een algemeen bedrijfsbezoek van een externe preventieadviseur in?
Een algemeen bedrijfsbezoek vormt een beeld van een bedrijf in het kader van de welzijnswet. Naargelang de bevindingen kan de externe dienst dit bedrijf bijstaan en adviseren om een veiligheidsbeleid uit te werken. Er wordt nagegaan of alle wettelijke documenten (risico-analyses, globaal preventieplan, identificatieformulier, risicopostlijsten,...) aanwezig zijn binnen het bedrijf. Zoniet kan de externe dienst het bedrijf bijstaan deze in orde te brengen. Ook wordt er nagegaan hoe het zit met de wettelijke zaken binnen de onderneming omtrent hygiëne (o.a. toiletten, eetruimte,...), arbeidsveiligheid (o.a. Persoonlijke en Collectieve beschermingsmiddelen), ergonomie (o.a. tillen van lasten), psychosociale belasting (o.a. stressbeleid), arbeidshygiëne (o.a. geluidsbelasting),... Deze info heeft vooral de bedoeling de bedrijven er attent op te maken dat zij met deze zaken moeten rekening houden om een goed welzijnsbeleid uit te bouwen. Ook geeft deze informatie een beeld weer van het welzijnsbeleid binnen deze onderneming. Het is een leidraad voor de arbeidsgeneesheer bij het uitvoeren van zijn medische onderzoeken. De bedrijfsbezoeker verzorgt ook de opvolging van de arbeidsongevallen (4 dagen of meer werkverlet) bij de C- en D bedrijven. De arbeidsongevallen worden onderzocht en preventiemaatregelen worden geformuleerd zodat deze niet meer voorvallen. Concreet levert de externe preventieadviseur dus de diensten van een interne preventieadviseur voor een onderneming. Hij geeft advies bij de uitwerking van een veiligheidsbeleid.
Gezondheidsbeoordeling
29. Kan de werkgever een arbeidsgeneesheer inschakelen om alcohol of andere drugs in het bloed te controleren bij zijn werknemers?
In een zuiver repressieve context kan de arbeidsgeneesheer niet optreden. Een arbeidsgeneesheer kan een onderzochte werknemer al dan niet ongeschikt verklaren wegens acuut of chronisch alcohol-misbruik, maar omwille van het beroepsgeheim mag hij de reden van de ongeschiktheid niet meedelen aan de werkgever. Overleg met de werkgever en/of het Comité in het kader van een preventief beleid biedt op lange termijn de beste resultaten.
30. Mag een arbeidsgeneesheer voor mijn firma controlegeneeskunde doen?
Het is bij wet verboden dat de arbeidsgeneesheer als controlegeneesheer optreedt. Arbeidsgeneeskunde en controlegeneeskunde zijn onverenigbaar.
31. Mag een arbeidsgeneesheer mijn werknemers behandelen, al was het maar een voorschrift verlengen, tijdens de medische onderzoeken?
Alleen voorschriften in het kader van beroepsziekten of vaccinaties zijn toegelaten.
32. Kan een bedrijf beroep doen op de externe dienst voor controle van afwezigheid bij ziekte?
Nee, de werkgever dient beroep te doen op een controlegeneesheer (privé of in het kader van een controlerend organisme).
33. In hoeverre is de wet patiëntenrechten toepasselijk op de arbeidsgeneeskunde?
De wet patiëntenrechten wordt toegepast voor zover die niet in strijd is met de welzijnswet.
34. Hoe dikwijls moet een arbeidsgeneesheer een CPBW bijwonen?
Telkens de werkgever er om verzoekt. Het secretariaat van het CPBW is ertoe gebonden de notulen van de vergaderingen op te sturen naar de arbeidsgeneesheer.
35. Wie is onderworpen aan een gezondheidsbeoordeling?
De werkgever stelt na advies van de arbeidsgeneesheer de lijst op met te onderzoeken werknemers. De risico-analyse zal bepalend zijn voor wie op deze lijst geplaatst wordt. De lijst wordt aangepast aan de evoluties van het bedrijf.
36. Moet iedereen jaarlijks onderzocht worden?
Nee, volgende categoriën moeten onderzocht worden:
- werknemers met een veiligheidsfunctie;
- werknemers blootgesteld aan beroepsrisico (fysisch, psychisch, biologisch, chemisch);
- werknemers in een functie met verhoogde waakzaamheid;
- werknemers die in contact komen met voedingswaren;
- bijzondere werknemerscategorieën zoals mindervaliden, jongeren op het werk, ...
Iedere werknemer kan beroep doen op de arbeidsgeneesheer.
37. Is de werkgever onderworpen aan de gezondheidsbeoordeling?
De werkgever staat per definitie niet op de loonlijst en is dus niet onderworpen. Hij kan wel beroep doen op de externe dienst voor een rijgeschiktheidsattest groep 2 of een algemene check-up.
38. Wie bepaalt de frequentie van het gezondheidsbeoordeling?
De wet stelt voor alle onderworpen werknemers de frequentie van het onderzoek voor (meestal jaarlijks, voor sommigen om de drie of vijf jaar). De arbeidsgeneesheer bepaalt de frequentie van de gerichte onderzoeken aan de hand van de risico-analyse.
39. Moet de werkgever het advies van de arbeidsgeneesheer volgen?
De arbeidsgeneesheer is een adviseur. De werkgever is dus niet verplicht om het advies te volgen maar draagt dan volledig de verantwoordelijkheid van zijn beslissing.
40. Wanneer heeft iemand een veiligheidsfunctie?
Omschrijving van een veiligheidsfunctie: elke werkpost waar gebruik wordt gemaakt van arbeidsmiddelen, waar motorvoertuigen, kranen, rolbruggen, hijstoestellen van welke aard ook, of machines die gevaarlijke installaties of toestellen in werking zetten, bestuurd worden of nog waar dienstwapens worden gedragen, voor zover het gebruik van die arbeidsmiddelen, het besturen van die werktuigen en installaties of het dragen van die wapens de veiligheid en gezondheid van andere werknemers van de onderneming of van ondernemingen van buitenaf, in gevaar kan brengen (bv. art. 2 KB 28 mei 2003).
41. Wat moet ik verstaan onder een functie met verhoogde waakzaamheid?
Hieronder verstaan we elke werkpost die bestaat uit het permanent toezicht op de werking van een installatie en waar een gebrek aan waakzaamheid tijdens de uitvoering van het toezicht, de veiligheid en gezondheid van andere werknemers van de onderneming of van ondernemingen van buitenaf in gevaar kan brengen (art. 2 KB 28 mei 2003). Een voorbeeld hiervan zijn operatoren in stuurkamers van complexe installaties.
42. Wanneer moet iemand een audiometrie ondergaan?
Bij aanwerving en voorafgaand aan de blootstelling aan lawaai van een geluidsniveau hoger dan 80dB(A) of 135dB voor impulsgeluid, moet elke betrokken werknemer een audiometrie hebben. Daarop volgend zal dit onderzoek jaarlijks of driejaarlijks herhaald worden, in functie van de blootstelling.
43. Wanneer moet iemand een oogtest ondergaan?
Bij elke gezondheidsbeoordeling gebeurt een oogtest. De inhoud van de test wordt bepaald door de functie.
44. Wie moet een rijgeschiktheidsattest (medische schifting) krijgen?
De geneeskundige schifting voor bestuurders is van toepassing voor al de houders:
- van een rijbewijs C en C+E (voertuigen met meer dan 3.500 kg)
- van een rijbewijs D en D+E (voertuigen met meer dan 9 plaatsen, chauffeur inbegrepen)
en voor bepaalde houders
- van een rijbewijs A (motorrijwielen met of zonder sidecar)
-
van een rijbewijs B en B+E (voertuigen van maximaal 3.500 kg en met minder dan 9 zitplaatsen, chauffeur inbegrepen)
als ze een voertuig besturen dat bestemd is voor één van de transportdiensten die hierna worden opgesomd- de regelmatige diensten, de gespecialiseerde diensten en de betaalde occasionele transportdiensten van reizigers via de weg, die worden uitgevoerd met een autobus of autocar;
- de taxidiensten;
- de verhuurdiensten van wagens met chauffeur;
- de ambulancediensten;
- het betaalde transport van leerlingen.
45. Wanneer ik niet inga op de wetswijziging die een rijgeschiktheidsattest vereist voor mijn C-rijbewijs, vervalt dan ook mijn B-rijbewijs?
Nee, maar van zodra u terug met een vrachtwagen zou gaan rijden, heeft u een rijgeschiktheidsattest groep 2 nodig.
46. Welke risico's loop ik wanneer ik met een vrachtwagen > 3,5T rij, of met personeel zonder rijgeschikheidsattest?
Bij controle mag u niet verder rijden en wordt u bekeurd. In geval van ongeval en wanneer er een oorzakelijk verband tussen het ongeval en de rijgeschiktheid is, kan de verzekering zich verhalen op de chauffeur.
47. Hoe verkrijg ik een rijgeschiktheidsattest?
Door een rijgeschiktheidsonderzoek te laten uitvoeren en dan bij de gemeente een aangepast rijbewijs aan te vragen.
- Een oogonderzoek door de arbeidsgeneesheer of door een oogarts naar uw keuze.
- Een schiftingsonderzoek door de arbeidsgeneesheer, die hierna een attest aflevert voor het gemeentebestuur.
Dit attest geeft aan of de persoon geschikt is, en onder welke voorwaarden (bv. met correctiebril) en voor hoelang. Doorgaans wordt een attest afgeleverd met een geldigheidsduur van 5 jaar. De arbeidsgeneesheer kan echter om medische redenen een kortere periode voorschrijven. In gevallen door de wetgeving voorgeschreven moet de arbeidsgeneesheer doorverwijzen naar een geneesheer-specialist.
48. Waarvoor dient het periodiek bedrijfsbezoek?
Het bedrijfsbezoek is een evaluatie van het beleid op gebied van veiligheid en gezondheid en gebeurt gezamenlijk met de werkgever of zijn preventieadviseur.
49. Hoe krijg ik een langdurig zieke of invalideverklaarde uit mijn personeelsregister?
De wet voorziet zowel bij arbeiders als bij bedienden de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst te beëindigen als de arbeidsongeschiktheid (ziekte of ongeval) meer dan zes maanden heeft geduurd en mits er een ontslagvergoeding wordt uitbetaald. De preventieadviseur arbeidsgeneeskunde is geen betrokken partij in deze wetgeving.
Noot: ziekte is geen dringende reden tot ontslag. Zwangerschapsverlof of bevallingsrust is geen ziekte.
50. Is het een absolute verplichting om de medische onderzoeken te laten doorgaan tijdens de werkuren?
Ja, de gezondheidsbeoordeling moet plaatsvinden tijdens de werkuren. De gewone werkuren zijn de uren vermeld in het arbeidsreglement van de werknemer. De werknemers worden tijdens de werkuren onderworpen aan de medische onderzoeken. De hieraan bestede tijd wordt als arbeidstijd bezoldigd en de verplaatsingskosten zijn ten laste van de werkgever. Elk medisch toezicht dat plaatsvindt buiten de gewone werkuren, tijdens de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, of in de loop van de periode van vrijstelling van arbeid is nietig en heeft de nietigheid van de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer tot gevolg. Voor bepaalde categorieën van werkgevers kan afgeweken worden van de verbodsbepaling betreffende de werkuren op grond van de aard van het uitgevoerde werk of indien objectieve en technische redenen de toepassing van de gezondheidsbeoordeling onmogelijk maken.
51. Wat zijn de voorschriften inzake werkhervattingsonderzoeken?
Na minstens vier weken afwezigheid wegens om het even welke ziekte, aandoening of ongeval of wegens bevalling, worden de werknemers onderworpen aan het periodieke gezondheidstoezicht, verplicht een onderzoek bij werkhervatting te ondergaan, binnen de acht werkdagen na de werkhervatting. Dit onderzoek gebeurt ten vroegste op de dag waarop het werk of de dienst wordt hernomen en ten laatste op de achtste werkdag.
52. Wat zijn mijn mogelijkheden om in te grijpen indien de gezondheidstoestand van de werknemer de kwaliteit van mijn product bedreigt (bv. huidinfecties vs voedingswaren)?
Als werkgever moet je zelf beslissen of de werknemer een risico is voor het product. De werkgever kan de arbeidsgeneesheer consulteren en die kan adviseren of de beslissing correct is.
53. Welke veiligheidsfuncties moeten wettelijk door een externe firma opgeleid worden?
Momenteel geen enkele. Bij heftruckchauffeurs dient er wel een opleiding gevolgd te worden (intern of extern). De Technische Inspectie(1) kan wel opleggen dat deze opleiding extern moet gevolgd worden. Ook voor het behalen van een VCA-certificaat zal in het kader van risicovolle taken (o.a. heftruck) een erkende externe opleiding moeten gevolgd worden. (1) Technische inspectie is nu gekend als de dienst Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheids Dienst Welzijn, Arbeid en Sociaal Overleg.
54. Wat is biologische monitoring?
Biologische monitoring is één van de methoden om de blootstelling aan een risicoprodukt bij werknemers te evalueren. Biologische monitoring wordt gebruikt om de graad van blootstelling aan bepaalde stoffen vast te stellen en te evalueren. De methode berust - in de meest algemene zin - op het bepalen van de aanwezigheid van bepaalde stoffen of de concentratie afbraakstoffen van het risicoprodukt in urine, bloed of uitgeademde lucht.
55. Moeten alle mensen die in contact komen met voedingswaren onderzocht worden door de arbeidsgeneesheer? Ook de werkgever?
Elke werknemer die een activiteit uitvoert die een behandeling of een onmiddellijk contact inhoudt met voedingswaren of -stoffen die zijn bestemd voor consumptie ter plaatse of voor verkoop moeten een gezondheidsbeoordeling ondergaan. De werkgever kan zich laten onderzoeken om zo te voldoen aan de EU regelgeving.
56. Wie dient een gezondheidsbeoordeling bij indiensttreding (voorafgaande gezondheidsbeoordeling) te ondergaan?
Volgende werknemers zijn onderworpen aan een voorafgaande gezondheidsbeoordeling:
- De werknemers die in dienst genomen worden om te worden tewerkgesteld in een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid, een activiteit met welbepaald risico of een activiteit verbonden aan voedingswaren, de bijzondere werknemerscategorieën.
- De werknemers die in dienst zijn en aan wie een andere functie wordt toegewezen in de onderneming of inrichting, waardoor zij worden tewerkgesteld in een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid of een activiteit met welbepaald risico, of een activiteit verbonden aan voedingswaren, waarin zij voorheen niet waren tewerkgesteld.
De voorafgaande gezondheidsbeoordeling en de betekening van de beslissing aan de werknemer en de werkgever heeft plaats hetzij vóór de tewerkstelling hetzij tijdens de periode van het proefbeding, voor zover deze niet de periode van één maand overschrijdt (art. 26 KB 28 mei 2003).
57. Hoe lang moet een bedrijf de formulieren voor gezondheidsbeoordeling van zijn werknemers bewaren?
De werkgever rangschikt de formulieren voor de gezondheidsbeoordeling per werknemer. Zolang deze in de onderneming tewerkgesteld is, houdt de werkgever minstens de formulieren van de drie laatste jaren bij alsook alle formulieren waarop aanbevelingen vermeld staan. Hij houdt ze op elk ogenblik ter beschikking van de geneesheren-arbeidsinspecteurs en van de sociale controleurs van de medische arbeidsinspectie.
58. Moet een werknemer altijd de beslissing van de arbeidsgeneesheer aanvaarden?
Nee, de werknemer kan de beslissing van de arbeidsgeneesheer betwisten via een overlegprocedure en een beroepsprocedure, behalve in het geval van de voorafgaande gezondheidsbeoordeling.
59. Wanneer een werknemer beroep aantekent tegen de beslissing van de arbeidsgeneesheer, wordt de beslissing van de arbeidsgeneesheer opgeschort wanneer een werknemer beroep aantekent?
Ja, behalve indien het gaat om een medisch onderzoek van een werknemer:
- die belast is met een veiligheids- of functie met verhoogde waakzaamheid, met een activiteit met een risico op blootstelling aan ioniserende straling.
- tijdens de zwangerschap of de lactatie, die is tewerkgesteld op een werkpost waarvan de beoordeling wijst op een activiteit met een specifiek risico.
-
die getroffen is door een ernstige besmettelijke ziekte. In deze gevallen schort het overleg de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer niet op.
60. Wat moet ik doen met een werknemer die pertinent weigert de gezondheidsbeoordeling te ondergaan?
De wet bepaalt dat werknemers die zich onttrekken aan de preventieve medische onderzoeken waaraan zij zich moeten onderwerpen, alsook de werknemers die aan de verplichte inentingen zijn onderworpen maar niet beschikken over een geldig door de wet bepaald bewijs, niet door de werkgevers aan het werk mogen worden gesteld of gehouden.
61. Moet ik bijkomende onderzoeken bv. voor schifting of zeevaartskeuring betalen?
Ja, dit is niet inbegrepen in de werknemersbijdrage.
62. Hoe vraag ik een onderzoek aan voor aanwerving, voor definitieve ongeschiktheid of voor gezondheidsbeoordeling na ziekte?
De werkgever vult een verzoek tot gezondheidsbeoordeling in. De werknemer neemt het formulier mee naar het onderzoek. De arbeidsgeneesheer oordeelt over de geschiktheid of ongeschiktheid en deelt dit mee aan de werkgever.
63. Wanneer iemand ziek geweest is en ik wil hem laten onderzoeken, wanneer mag dat?
De dag dat hij het werk hervat of binnen de 8 werkdagen na werkhervatting maar nooit vóór de wedertewerkstelling.
64. Als ik nu mijn rijgeschiktheidsattest niet haal voor mijn rijbewijs C of hoger, maar pas binnen 5 jaar (omdat het momenteel niet nodig is), is dit dan nog mogelijk of is mijn rijbewijs dan al vervallen?
Ja, dit is nog mogelijk.
65. Ik rij sporadisch met personeel. Moet ik dan een rijgeschiktheidsattest hebben?
Er is geen rijgeschiktheidsattest meer nodig voor vervoer van personeel.
66. Wat zijn de verschillende onderzoeken in het kader van het gezondheidstoezicht?
De preventieve gezondheidsbeoordelingen omvatten:
-
De voorafgaande gezondheidsbeoordeling
Volgende werknemers zijn onderworpen aan een voorafgaande gezondheidsbeoordeling- De werknemers die in dienst genomen worden om te worden tewerkgesteld in een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid, een activiteit met welbepaald risico of een activiteit verbonden aan voedingswaren.
-
De werknemers die in dienst zijn en aan wie een andere functie wordt toegewezen in de onderneming of inrichting, waardoor zij worden tewerkgesteld in een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid of een activiteit met welbepaald risico, of een activiteit verbonden aan voedingswaren, waarin zij voorheen niet waren tewerkgesteld. De voorafgaande gezondheidsbeoordeling en de betekening van de beslissing aan de werknemer en de werkgever heeft plaats hetzij vóór de tewerkstelling hetzij tijdens de periode van het proefbeding, voor zover deze niet de periode van één maand overschrijdt.
-
De periodieke gezondheidsbeoordeling
- De werkgever is gehouden de werknemers, die een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid, een activiteit met welbepaald risico of een activiteit verbonden aan voedingswaren uitoefenen, aan een periodieke gezondheidsbeoordeling te onderwerpen.
- De periodiciteit is eenmaal per jaar, tenzij een andere periodiciteit 3- of 5-jaarlijks is voorzien bv. voor beeldschermen, tillen van lasten, ...
- De arbeidsgeneesheer kan de tussentijd verkorten of verlengen, in functie van de risico-analyse en na voorafgaandelijk advies gevraagd te hebben aan het comité PBW en de medische inspectie.
-
De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer stelt op grond van de resultaten van zijn onderzoek de gepaste individuele en collectieve beschermingsmaatregelen voor.
-
Onderzoek bij werkhervatting
Na minstens vier weken afwezigheid wegens om het even welke ziekte, aandoening of ongeval of wegens bevalling, worden de werknemers tewerkgesteld aan een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid, een activiteit met welbepaald risico of een activiteit verbonden aan voedingswaren, verplicht aan een onderzoek bij werkhervatting onderworpen, binnen de acht dagen na de werkhervatting.
-
Spontane raadpleging
Elke werknemer kan de arbeidsgeneesheer raadplegen indien hij gezondheidsklachten heeft, die hij wijt aan onvoldoende preventiemaatregelen.
-
Voortgezet gezondheidstoezicht
De werknemers die blootgesteld werden aan biologische of chemische agentia, kunnen blijven genieten van een toezicht op hun gezondheidstoestand. Indien de betrokken werknemer niet langer deel uitmaakt van het personeel van de onderneming waar hij werd blootgesteld, kan het voortgezet gezondheidstoezicht verzekerd worden door het Fonds voor Beroepsziekten.
-
Gezondheidsbeoordeling van een definitief arbeidsongeschikte werknemer met het oog op zijn reïntegratie
Wanneer de werknemer door zijn behandelende geneesheer definitief ongeschikt verklaard wordt om het overeengekomen werk uit te voeren wegens ziekte of ongeval, geniet deze werknemer het recht van een procedure voor reïntegratie, ongeacht of hij al dan niet onderworpen is aan het medisch gezondheidstoezicht.
-
Uitbreiding van het gezondheidstoezicht
Op vraag van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, de werkgever of de vertegenwoordigers van de werknemers, op advies van het Comité, én op basis van de resultaten van de risico-analyse, kan het gezondheidstoezicht uitgebreid worden tot alle werknemers die werken in de onmiddellijke omgeving van de werkpost van een werknemer die onderworpen is aan het verplicht gezondheidstoezicht.
Arbeidsveiligheid
67. Wie moet de risicoanalyses maken?
De werkgever moet de risico's in zijn onderneming beoordelen, rekening houdend met de aard van activiteiten van de onderneming. Deze risicoanalyse is de basis om de preventiemaatregelen te bepalen. De kleinere bedrijven die niet beschikken over een interne preventieadviseur niveau I of II (C- en D bedrijven) moeten deze risicoanalyse voorleggen aan hun externe dienst zodat deze kan beoordelen of deze een gezonde basis kan zijn voor het globaal preventieplan.
68. Wordt er informatie doorgegeven aan de arbeidsinspectie (Toezicht op het Welzijn op het werk)?
Nee, er wordt geen informatie doorgegeven. Elk geschreven document (zoals de adviezen inzake conformiteit met de wetgeving), kan wel door de overheid opgevraagd worden.
69. Wanneer moet ik beroep doen op een veiligheidscoördinator?
De verplichte veiligheidscoördinatie is zeer uitgebreid. Zij geldt telkens wanneer de uit te voeren werken voldoen aan de volgende criteria:
- Bouwwerken in de ruime zin van het woord, dus alle werken (inclusief renovatie, verbouwing, herstellingen en onderhoud) van een onroerend goed.
- Deze werken worden door minstens twee verschillende aannemers uitgevoerd, ongeacht of zij tegelijk of na elkaar op de bouwplaats komen. Hierbij heeft het geen belang of de aannemer een natuurlijke persoon (zelfstandige) is of een vennootschap die arbeiders tewerkstelt.
-
Dit geldt ook voor werken beneden 25.000€. Dit betekent dat de verplichting om veiligheidscoördinatoren aan te stellen geldt voor alle bouw- of renovatiewerken behalve wanneer de werken worden uitgevoerd door één enkele aannemer (zonder onderaannemer!).
70. Wat zijn de aanbevelingen om op een zinvolle manier pictogrammen aan te brengen?
Pictogrammen hebben tot doel om noodzakelijke informatie te verschaffen omtrent veiligheid en gezondheid. Dit betekent dat men alle signalisatie moet aanbrengen in het kader van brand, evacuatie, gevaarlijke stoffen, verplicht gebruik van PBM, instructies,... en dit overal waar de risicoanalyse aangeeft dat signalisatie noodzakelijk is.
71. Heb ik een indienststellingsverslag nodig voor een CE-gekeurd arbeidsmiddel?
Ja, want het indienststellingsverslag moet de risico's beheersen die niet door het CE-certificaat gedekt worden. In het verslag wordt immers ook rekening gehouden met factoren zoals arbeidsomgeving, lawaai,... die niet door het CE- label worden gedekt. Uit het verslag moet blijken dat de nodige maatregelen genomen zijn om te werknemer te beschermen tegen opspoorbare risico's eigen aan het werk. Iedere werkgever moet over een indienststellingsverslag beschikken alvorens een installatie, machine, gemechaniseerd werktuig, collectief of persoonlijk beschermingsmiddel in dienst mag worden genomen. Dit geldt ook voor CE-gekeurde machines. Uit dit verslag moet blijken dat vóór de indienststelling de nodige maatregelen werden genomen voor het beveiligen van de werknemers tegen aantoonbare, aan hun werk inherente risico's. Bovendien moet blijken of er maatregelen werden genomen om het werk aan de mens aan te passen. De bestelbon, het attest van de leverancier en controlelijsten kunnen als hulpmiddel aangewend worden bij het opmaken van het indienststellingsverslag. De nodige instructies moeten eveneens ter beschikking zijn. Deze verslagen dienen mee ondertekend te worden door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, al dan niet bijgestaan door een andere preventieadviseur.
72. Kan ik mij in het kader van de wet welzijn laten bijstaan door een andere dan mijn eigen externe dienst voor preventie en bescherming?
Nee, want het Exclusiviteitprincipe (codex, II, 2, art.2) stelt dat de werkgever maar met één enkele externe dienst mag samenwerken. Als de externe dienst evenwel niet in staat is (bepaalde bijzondere bekwaamheden niet aanwezig zijn, geografische erkenning beperkt, ...) om een taak uit te voeren kan de onderneming wel een andere externe dienst aanstellen. In afwijking van het exclusiviteitsprincipe kan de werkgever voor elke technische bedrijfseenheid beroep doen op een andere externe dienst.
73. Wat is VCA?
VCA staat voor Veiligheidschecklist Aannemers en is een certificatiesysteem.
- Veiligheid: veiligheid, gezondheid en milieu.
- Checklist: vragenlijst uitgewerkt als doorlichting- en screeningsysteem.
-
Aannemers: bedrijven (contractors) die bij derden (opdrachtgevers) werkzaamheden verrichten. VCA is een uniform en objectief systeem ontwikkeld om aannemersorganisaties te toetsen op hun veiligheidsbeleid. De gezamenlijke zorg van opdrachtgevers en aannemers voor veiligheid is vastgelegd in een aantal wettelijke verplichtingen. Het VCA-certificaat is een hulpmiddel om systemen op te zetten om facetten van deze verplichtingen in te vullen.
74. Is de VCA-certificatie in de bouwsector een wettelijke verplichting?
Nee. Elke opdrachtgever heeft echter de plicht om onveilige contractoren te weren. Daarom is het voor de opdrachtgever een voordeel te werken met contractoren die een VCA certificaat hebben. Dit garandeert immers een veilige werkmethodiek.
75. Hoe behaal ik een VCA?
Het behalen van een VCA bestaat uit volgende stappen:
- Uitvoeren van totaaldoorlichting om een actieplan op te zetten (onderdeel van het globaal preventieplan);
-
Voorbereidingsfase:
- opstellen van procedures en veilige werkmethodes;
- opleiding van personeel;
- aantonen van verbetering van ongevalsstatistieken.
- Audit en certifiëring door onafhankelijke externe organisatie. Deze audit bestaat uit een administratief gedeelte en op de werf.
-
Verdere opvolging gebeurt via een:
- jaarlijkse opvolgingsaudit;
-
3-jaarlijkse hercertifiëring.
Arbeidshygiëne
76. Wat omvat arbeidshygiëne?
Arbeidshygiëne heeft tot doel schadelijke invloeden te weren die verbonden zijn aan de aard van het bedrijf, zoals lawaai, onaangepaste verlichting, schadelijke stoffen op de werkplaats, binnenklimaat, ...
77. Hoe kan een externe dienst mij bijstaan op het vlak van arbeidshygiëne?
Op vlak van arbeidshygiëne kan een externe dienst volgende diensten aanbieden:
- uitvoeren van totaaldoorlichting om een hygiënisch actieplan op te zetten (onderdeel van het globaal preventieplan);
- uitvoeren van geluidsmetingen en advies geven voor verbeteringen (lawaaikaart en persoonlijke dosimetrie);
- uitvoeren van lichtmetingen en advies geven voor verbeteringen;
- meten van alle meetbare agentia in de werkplaatsatmosfeer en advies geven voor verbeteringen;
- meten van de WBGT-index (natte zwarte boltemperatuur);
- opstellen van risicoanalyses mechanische trillingen en meten van de blootstelling aan mechanische trillingen;
- meten van elektromagnetische straling (EMS) en advies geven voor verbetering;
- onderzoek in het kader van het Sick Building Syndroom (meten van kooldioxide, relatieve vochtigheid, WBGT-index, luchttemperatuur, microbiologische parameters, ...);
- hulp bij de selectie van de correcte persoonlijke beschermingsmiddelen;
-
adviseren bij de selectie van chemicaliën, bij het gebruik van gevaarlijke stoffen, ...
78. Zijn geluidsmetingen verplicht?
Het uitvoeren van geluidsmetingen is wettelijk verplicht indien er activiteiten worden uitgevoerd waarbij werknemers kunnen worden blootgesteld aan risico's verbonden aan lawaai. Zodoende kan de arbeidsgeneesheer zich een perfect beeld vormen van de geluidsbelasting binnen het bedrijf. Hierdoor kunnen er ook maatregelen genomen worden om de geluidsbelasting te beperken.
79. Wat is de maximale limiet voor lawaai op de werkplek?
De grenswaarden en actiewaarden voor blootstelling zijn:
Grenswaarde voor blootstelling is Lex, 8H = 87 dB(A) en Ppiek = 140 dB(C). Deze grenswaarde mag in geen enkele situatie overschreden worden.
De bovenste actiewaarde voor blootstelling is Lex = 85 dB(A) en Ppiek = 137 dB(C). Als deze waarden worden overschreden, stelt de werkgever een programma op met technische en/of organisatorische maatregelen. Als het onmogelijk is om maatregelen te nemen, moet de werkgever individuele gehoorsbescherming ter beschikking stellen en moeten de werknemers deze gebruiken. Het is de taak van de werkgever om erover te waken dat de werknemers de gehoorsbescherming dragen.
De onderste actiewaarde voor blootstelling is Lex = 80 dB(A) en Ppiek = 112 dB(C). Als deze waarden worden overschreden, moet de werkgever informatie en opleidingen voorzien voor de werknemers inzake de risico's die voortvloeien uit blotstelling aan lawaai. De werkgever stelt ook individuele gehoorbescherming ter beschikking van de werknemers.
80. Wat is de minimale en maximale temperatuur op de werkplaats?
Wordt herwerkt naar aanleiding van het K.B. van 4 juni 2012 betreffende de thermische omgevingsfactoren.
81. Wat zijn mijn verplichtingen wanneer werknemers werken met gevaarlijke stoffen?
-
Risicoanalyse
De werkgever dient een risico-evaluatie uit te voeren van alle gevaarlijke chemische agentia die op de arbeidsplaats aanwezig zijn of kunnen zijn. Dit houdt een beoordeling van de blootstelling in waarbij men o.a. rekening houdt met gevaarlijke eigenschappen, aard en duur van de blootstelling, conclusies uit gezondheidstoezicht, omstandigheden van gebruik, getroffen preventiemaatregelen,... -
Preventiemaatregelen
Op basis van deze risico-evaluatie neemt de werkgever een aantal algemene preventiemaatregelen (aantal werknemers die het product gebruiken beperken, blootstellingsduur en hoeveelheid product beperken, hygiënische maatregelen, ...) en bijzondere preventiemaatregelen (metingen, gebruik collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen, gezondheidstoezicht, ...) met de bedoeling dat het risico van een gevaarlijk chemisch product voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers op de arbeidsplaats weggenomen of tot een minimum wordt herleid. -
Opstellen noodplan
Iedere werkgever dient ook passende maatregelen te voorzien bij ongevallen, incidenten en noodsituaties die verband houden met de aanwezigheid van gevaarlijke producten. Dit wordt aan de hand van een aantal procedures uitgewerkt in een noodplan. -
Informatie en opleiding van de werknemers
Het is wettelijk verplicht de werknemers voldoende informatie en opleiding te geven inzake de risico's aan welke zij blootgesteld zijn. -
Gezondheidstoezicht
Werknemers die blootgesteld worden aan gevaarlijke chemische agentia worden onderworpen aan een passend gezondheidstoezicht, tenzij blijkt uit de risicobeoordeling dat zij geen gezondheidsrisico's lopen. Het verschaffen van veiligheidsinformatieblad of MSDS (Material Safety Data Sheets) werd verplicht voor fabrikanten van gevaarlijke stoffen en preparaten. De werkgever is wettelijk verplicht om de verschillende stoffen gebruikt in zijn onderneming in een lijst op te nemen. Op een veiligheidsinformatieblad (MSDS) moet vermeld staan:- identificatie van de stof/het preparaat en van vennootschap/onderneming;
- samenstelling en informatie van de bestanddelen;
- risico's;
- eerste-hulpmaatregelen;
- brandbestrijdingsmaatregelen;
- maatregelen bij accidenteel vrijkomen van de stof of het preparaat;
- hantering en opslag;
- maatregelen ter beheersing van blootstelling /persoonlijke bescherming;
- fysische en chemische eigenschappen; - 10. stabiliteit en reactiviteit;
- toxicologische informatie;
- ecologische informatie;
- instructies voor verwijdering;
- informatie met betrekking tot het vervoer;
- wettelijke verplichte informatie;
-
overige informatie. Ook moet van elke stof een PVK opgemaakt worden, een ProductVeiligheidsKaart, die de concrete informatie voor de gebruiker vermeldt.
82. Wanneer moeten metingen gebeuren (bv. luchtbemonsteringen)?
Voor het opstellen van een goede risico-analyse in het kader van het KB Chemische Agentia moeten steeds metingen uitgevoerd worden, zodat men deze kan toetsen aan de heersende grenswaarden binnen het KB.
Ergonomie
83. Hoe kan een externe dienst mij bijstaan op het vlak van ergonomie?
U kan bij een externe dienst terecht voor specifieke aspecten in het kader van de discipline ergonomie:
- uitvoeren van totaaldoorlichtingen om een ergonomisch actieplan op te zetten (onderdeel van het globaal preventieplan);
- uitvoeren van ergonomische studies op werkplekken;
- advies bij het ontwikkelen van machines of het opzetten van werkposten;
- onderzoek van klachten veroorzaakt door ergonomische omstandigheden en voorstellen van oplossingen;
- opleidingen;
-
...
Psychosociale belasting
84. Moet ik een interne preventieadviseur 'pesten' aanduiden?
Het aanduiden van een preventieadviseur psychosociale aspecten is een wettelijke verplichting. Bedrijven met minder dan 50 werknemers zijn verplicht om een externe preventieadviseur aan te duiden. Bedrijven met meer dan 50 werknemers kunnen opteren voor een interne of een externe preventieadviseur. De aanstelling van de preventieadviseur gebeurt na goedkeuring van het comité voor preventie en bescherming op het werk.
85. Moet ik een vertrouwenspersoon hebben?
Een vertrouwenspersoon is niet verplicht, maar sterk aan te bevelen. De vertrouwenspersoon kan een interne of externe persoon zijn. Enkel in het geval u beroep doet op een externe preventieadviseur psychosociale aspecten dient de eventuele vertrouwenspersoon bij een bedrijf van meer dan 20 mensen verplicht intern aanwezig te zijn. Indien u geen interne vertrouwenspersoon wenst of aanduidt, kan de externe dienst voor u een externe vertrouwenspersoon voorstellen. De arbeidsgeneesheer die het medisch toezicht verzorgt kan de functie van vertrouwenspersoon niet cumuleren.
86. Moet de vertrouwenspersoon een opleiding gevolgd hebben?
De keuze van een vertrouwenspersoon gebeurt meestal intuïtief: een werknemer met zin voor verantwoordelijkheid, luisterbereidheid en inlevingsvermogen. De opdrachten van de vertrouwenspersoon zijn echter soms moeilijk en complex.
De vertrouwenspersoon dient overeenkomstig de wetgeving de mogelijkheid te hebben om vormingen te volgen om zijn vaardigheden en kennis die nodig zijn voor het vervullen van zijn opdrachten te verwerven en te verbeteren.
Daarom adviseert Adhesia een opleidingssessie voor deze werknemers. De opleiding bestaat uit een kort theoretisch gedeelte en een uitgebreid aantal praktische ervaringsoefeningen. Na de opleiding kan de vertrouwenspersoon via een aantal coachingsessies in het bedrijf worden ondersteund.
Na de opleiding is de vertrouwenspersoon een geoefend luisteraar en beter in staat om slachtoffers te helpen en gericht te ondersteunen. Hij/zij is bovendien op de hoogte van de wetgeving en kan de relatie slachtoffer/vertrouwenspersoon/psycholoog correct inschatten en toepassen.
Arbeidsongevallen
87. Moeten we onze ongevallen nog aan de externe dienst doorgeven, sinds we werken met de kruispuntbank?
Ja, want tot op heden (augustus 2012) is er geen link tussen de kruispuntbank (databank van de sociale zekerheid) en de externe dienst.
88. Waar moet ik een arbeidsongeval aangeven?
Aangifte bij de arbeidsongevallenverzekering
Van zodra de werkgever op de hoogte is gesteld dat bij één van zijn werknemers een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden, moet hij dit aangeven bij zijn arbeidsongevallenverzekeraar. Deze aangifte moet gedaan worden binnen de 10 dagen via het aangifteformulier dat hij heeft gekregen van zijn verzekering. Aan deze aangifte moet er een medisch attest toegevoegd worden. Als het om een ernstig arbeidsongeval gaat, moet hij het arbeidsongeval zo snel mogelijk signaleren.
Aangifte van een arbeidsongeval bij de dienst Toezicht op het welzijn op het werk (vroeger gekend als de arbeidsinspectie)
Het volgende wordt gezien als een ernstig arbeidsongeval:
1° een dodelijk arbeidsongeval;
2° een arbeidsongeval waarvan het voordoen rechtstreeks verband houdt met een afwijkende gebeurtenis van het normale proces van de uitvoering van het werk en die voorkomt in onderstaande lijst:
- als gevolg van een elektrische storing, explosie, brand (codes 10 tot 19)
- door overlopen, kantelen, lekken, leeglopen, verdampen, vrijkomen (codes 20 tot 29)
- breken, barsten, glijden, vallen, instorten van het betrokken voorwerp (codes 30 tot 39)
- verlies van controle over een machine, vervoer- of transportmiddel, handgereedschap, voorwerp (codes 40 tot 44)
- vallen van personen van een hoogte (code 51)
- gegrepen of meegesleept worden door een voorwerp of de vaart daarvan (code 63)
of
met een voorwerp dat betrokken is bij het ongeval en voorkomt in onderstaande lijst:
- steiger of bovengrondse constructie (codes 02.00 tot 02.99)
- graafwerken, sleuven, putten, onderaardse gangen, tunnels of ondergrondse wateromgeving (codes 03.01, 03.02 en 03.03)
- installaties (codes 04.00 tot 04.99)
- machines of toestellen (codes 05.00 tot 05.99, 07.00 tot 07.99 en 09.00 tot 10.99)
- systemen voor gesloten of open transport en opslag (codes 11.00 tot 11.99, 14.10 en 14.11)
- voertuigen voor transport over land (codes 12.00 tot 12.99)
- chemische stoffen, explosieven, radioactieve en biologische stoffen (codes 15.00 tot 15.99, 19.02 en 19.03)
- veiligheidssystemen en veiligheidsuitrusting (codes 16.00 tot 16.99)
- wapens (code 17.05)
- dieren, micro-organismen, virussen (codes 18.03, 18.04 en 18.05)
en
een arbeidsongeval dat het volgende heeft veroorzaakt:
a) een blijvend letsel
b) een tijdelijk letsel waarvan de aard voorkomt in onderstaande lijst:
- vleeswonden met verlies van weefsel (meerdaagse arbeidsongeschiktheid) (code 013)
- botbreuken (codes 020 tot 029)
- traumatische amputaties (verlies van ledematen - code 040)
- amputaties (code 041)
- schuddingen en inwendige letsels die indien ze niet behandeld worden levensbedreigend kunnen zijn (code 053)
- schadelijke effecten van elektriciteit (meerdaagse arbeidsongeschiktheid) (code 054)
- brandwonden (meerdaagse arbeidsongeschiktheid) of chemische of inwendige brand- of vrieswonden (codes 060 tot 069)
- acute vergiftigingen (codes 071 en 079)
- verstikkingen en verdrinkingen (code 081 tot 089)
- effecten van niet-thermische stralingen (meerdaagse arbeidsongeschiktheid) (code 102)
De arbeidsongevallen die moeten gemeld worden aan de dienst Toezicht op het welzijn op het werk Melding
De ernstige arbeidsongevallen die onmiddellijk moeten gemeld worden door de werkgever van het slachtoffer aan de functionarissen belast met het toezicht op het welzijn op het werk, zijn dodelijke ongevallen, ongevallen met een voorwerp dat betrokken is bij het ongeval en in de lijst hierboven voorkomt én die een blijvend letsel hebben veroorzaakt.
De melding wordt gedaan via een passend technologisch middel met de vermelding van de naam en het adres van de werkgever van het slachtoffer, de naam van het slachtoffer, de datum en de plaats van het ongeval en zowel de vermoedelijke gevolgen als een korte beschrijving van de omstandigheden.
Aangifte van een arbeidsongeval bij de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk (ADHESIA)
De werkgever stuurt een kopie of een uittreksel van de fiche of de aangifte van alle ongevallen naar de afdeling medisch toezicht van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk waarbij hij is aangesloten.
89. Welke arbeidsongevallen mogen we zelf onderzoeken?
A, B, C+ bedrijven kunnen hun arbeidsongevallen zelf onderzoeken daar ze zelf een preventieadviseur van niveau I of II hebben. C-, D bedrijven daarentegen moeten beroep doen op hun externe dienst om het onderzoek uit te voeren van zodra het arbeidsongeval op de arbeidsplaats vanaf vier dagen arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft.
90. Hoe ver strekt de verantwoordelijkheid van werkgever en ploegbazen bij een arbeidsongeval?
Hier geldt het principe van de hiërarchische lijn. De hiërarchische lijn bestaat uit iedereen die een deel van het gezag van de werkgever uitoefent. Bijvoorbeeld de ploegbaas die boven de arbeiders staat maakt deel uit van de hiërarchische lijn. Hun verplichting is werknemers te informeren, te controleren en te beoordelen zodat de risico's verbonden met de werkzaamheden optimaal beheerst zijn. In geval van een arbeidsongeval kan men de hiërarchische lijn aansprakelijk stellen. De werkgever blijft steeds eindverantwoordelijke.
91. Hoe moet ik een arbeidsongeval aangeven?
Via een arbeidsongevallen-aangifteformulier.
92. Wat valt er te doen bij een ernstig arbeidsongeval?
Onder een ernstig arbeidsongeval verstaan we een arbeidsongeval waarvan het gebeuren in direct verband staat met een materieel agens voorkomend op een lijst, of waarvan de vorm voorkomt op een lijst, en dat aanleiding heeft gegeven tot hetzij dood, hetzij blijvend letsel, hetzij een tijdelijk letsel waarvan de aard voorkomt op de lijst opgenomen in de KB-bijlagen. Bij alle ongevallen, en de ernstige in het bijzonder, dient de werkgever een omstandig ongevallenverslag op te maken dat ter beschikking moet liggen van de bevoegde overheid. De deskundigen die dit verslag opstellen zijn de interne preventie-adviseurs in ABC+ bedrijven en de preventieadviseurs van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk voor de C- en D bedrijven (die intern geen preventieadviseur niveau 1 of niveau 2 in dienst hebben).